Hoofddoek: daar gaan we weer…

Een Leuvense rechtbank heeft onlangs geoordeeld dat een jong meisje haar hoofddoek op school (in het Gemeenschapsonderwijs) mag dragen. De context van de betrokken school zou, aldus de rechter, geen inperking van de godsdienstvrijheid van de leerlinge rechtvaardigen.

Deze beslissing is in menig opzicht onzinnig.

Ten eerste, hoe kan de context van de betrokken school losstaan van de maatschappelijke context waarin deze school evolueert? De meeste Europese landen worden de laatste twee of drie decennia steeds meer geconfronteerd met religieuze eisen die betrekking hebben op de institutionele ruimte, specifiek de scholen. Heel veel scholen die oorspronkelijk het dragen van zichtbare levensbeschouwelijke tekens hadden toegelaten, moesten een toename van bepaalde fenomenen zoals radicalisering, antisemitisme enz. vaststellen. Op sommige plaatsen, zoals in Antwerpen, konden de scholen hun oorspronkelijke beslissing terugdraaien. Op andere plaatsen (zoals bv. in Berlijn) liet de juridische situatie dit niet toe, met een waarneembare toename van religieus extremisme tot gevolg.

Tot de “context” behoort ook het feit dat islamisten (dat zijn niet alle moslims, maar enkel diegenen die de invloed van de islam op de politiek willen vergroten) overal ter wereld, zij het de fanatieke IS-aanhangers (die ons een open oorlog hebben verklaard) of de “zachtere” Moslimbroeders (die liever eerst onze instellingen besluipen), het dragen van de hoofddoek promoten of zelfs verplichten. De hoofddoek is dus niet alleen een religieus teken, evenmin als een hakenkruis heden ten dage enkel en alleen een onschuldig hindoeïstisch zon- of geluksymbool zou kunnen zijn. We leven nu en hier, niet toen en daar.

Bovendien bestaat er ook onder moslims veel onenigheid over de vraag of de hoofddoek voor vrouwen (ja ja, alleen voor vrouwen) al dan niet een religieuze plicht is. De beslissing van de rechtbank lijkt te impliceren dat de hoofddoek deel uitmaakt van de vrouw (of van het meisje), dat de betrokkene als goede moslima dat stuk stof niet van haar hoofd kan verwijderen. Maar dat is niet zo. Een kruis dat rond je nek hangt, kan je bv. om veiligheidsredenen verwijderen tijdens het turnen. Dat doen de meesten ook. Fundamentalisten weigeren dat. Voor hen maakt een religieus teken inderdaad deel uit van je lichaam. Je kunt het niet afnemen. Nooit. Want je religie maakt deel uit van jou. Dit druist in tegen de Westerse gedachte dat je van geloofsovertuiging kunt veranderen – en dat is natuurlijk net de bedoeling. Dat die bedoeling dan weer indruist tegen de Westerse idee en invulling van burgerschap, zal radicale moslims worst wezen. Maar dat een Belgische rechter zich achter zo’n perverse redenering schaart, is verderfelijk.

Misschien menen vele hoofddoekdraagsters dat ze hun hoofddeksel als teken van deugdzaamheid voor Allah dragen, maar (behalve het feit dat dit automatisch impliceert dat vrouwen die er geen dragen, niet deugdzaam zijn): dit is naïef en houdt, als ik even mag, theologisch geen steek. Ik heb mij laten vertellen dat de God van de moslims geen idioot is. Hij weet alles, dus hij weet ook zonder hoofddoek of een vrouw deugdzaam is. Andere gelovigen hebben dat al langer door: je hebt een band met God of ook niet, maar je loopt er niet mee te koop, want voor hem hoeft het niet, hij weet sowieso alles. Wie weet vindt hij het zelfs obsceen de eigen deugdzaamheid op zo’n opzichtige manier tentoon te spreiden?

Dus als je die hoofddoek niet voor God hoeft te dragen, voor wie dan wel? Juist. Voor je medemensen. Je wil ermee gezien worden. Het is een maatschappelijk teken. Dat is het vermoedelijk ook in de ogen van de meeste onschuldige hoofddoekdraagsters. Het probleem is dat islamisten er graag iets meer van maken – en dat het hun gelukt is. Ze maken er een politiek teken van. In alle islamische godsstaten is de hoofddoek één van de middelen (meestal één van de eerste) om de macht van de clerus op een zichtbare manier te vestigen. De Iraanse vrouwen die recentelijk hun hoofddoek in het openbaar of op Instagram foto’s afnamen als teken van protest tegen het terreurbewind van de mullah’s, zijn goed geplaatst om dit te weten: het afnemen van de hoofddoek kon enkel een politiek teken worden nadat de klerikalen van het dragen van de hoofddoek een politiek teken hadden gemaakt.

En er zijn omstandigheden (leerlingen in het plichtonderwijs, ambtenaren in de uitoefening van hun ambt enz.) waarin het legitiem is te vragen een zekere terughoudendheid aan de dag te leggen inzake politieke of levensbeschouwelijke overtuiging. In het kader van een project wou één van mijn studenten aan de universiteit, een moslima met hoofddoek, mij enkele tijd geleden naar een secundaire school begeleiden om er een workshop te geven. Dit lukte niet omdat de school (van het vrij confessioneel onderwijs trouwens) in kwestie, waar mijn studenten en ik anders altijd met open armen werden onthaald, het dragen van levensbeschouwelijke tekens verbood en omdat mijn studente niet bereid was haar hoofddoek af te nemen. Mijn studente was erg ontgoocheld, en ik vond het zelf ook jammer omdat ze een goede, actieve en vriendelijke studente was. Dit zei ik ook tegen haar, maar ik voegde eraan toe dat, hoe spijtig ik dit ook vond, ik op principieel vlak dan weer akkoord ging met het schoolreglement. Eerst keek mijn studente me een beetje raar aan. Toen zei ik: “Kijk, stel je voor dat je je kinderen naar een bepaalde school stuurt, en blijkt dat de leerkracht die lesgeeft aan je kinderen een hoofddeksel draagt waarop duidelijk leesbaar staat geschreven ‘God bestaat niet’. Zou jij daar geen probleem mee hebben?” Toch wel, zo bleek. En dat zal wel voor de meeste moslims, en vermoedelijk niet alleen voor moslims, het geval zijn. Terecht trouwens. Maar wat voor de enen geldt, moet ook voor de anderen gelden: hebben moslims (of in dit geval moslima’s) het recht hun levensbeschouwelijke overtuiging via hun kledij kenbaar te maken, dan hebben joden, christenen enz. en ja, zelfs atheïsten het recht om hetzelfde te doen. De grondgedachte achter het reglement van het Gemeenschapsonderwijs is net dat we in de problemen terechtkomen als iedereen in de klas, leerkrachten en leerlingen, te allen tijde zijn politieke of levensbeschouwelijke overtuiging begint te afficheren. Natuurlijk komen we soms te weten wie wat denkt of gelooft, dat valt niet te vermijden, maar er is een enorm verschil tussen “soms” en “altijd zodat je er niet naast kunt kijken en het nooit vergeet”, want dan kunnen de talrijksten een impliciete druk beginnen uitoefenen op de minder talrijken – en dat gebeurt ook. In bepaalde Brusselse scholen is het tijdens de ramadan praktisch niet meer mogelijk om te eten, of je moslim bent of niet, de sociale druk is er te groot geworden.

Dat, meneer de Rechter, is onze context. Wie dit niet weet, moet de jongste twintig of dertig jaar op Mars hebben geleefd.

Philipp Bekaert

Imprimer